Gestel, Leo

Gestel, Leo Leo Gestel

Modernist Leo Gestel begon eigenlijk heel rustig en bedeesd met schilderen. Als jonge jongen presenteerde hij zich met een zelfportret als zelfstandig werkend ‘vrij’ kunstenaar. Hij heeft een palet in de hand en kijkt zijn publiek zelfbewust aan. Zijn geld verdiende hij in deze vroege jaren vooral met reclametekeningen – het werk voor Philips is zeer bekend – en illustraties voor dag- en weekbladen. Grote bekendheid verwierf hij met zijn tekeningen en schilderijen. Van voorzichtig opgezette vrouwenportretten, die steeds iets losser en gedurfder worden, tot studies van de huid in een pointillistische toets en interieurs met vrouwen die lezen bij lamplicht. Enkele grote, anekdotische pasteltekeningen – Gestel won met twee van deze tekeningen in 1912 de Willink van Collenprijs – werden door progressieve critici als een achteruitgang in zijn streven naar moderniteit gezien, maar ze vestigden Gestel naam bij het grote publiek. Gestel zou gedurende zijn hele carrière blijven tekenen. Omdat hij zo’n begaafd tekenaar was werd hij door zijn collega’s ‘Leonardo’ (afgekort ‘Leo’) Gestel genoemd, naar de Italiaanse alleskunner. De als Leendert geboren Woerdenaar gebruikte zijn koosnaam al snel om zijn werk mee te signeren.

Gestel kwam geleidelijk aan los van zijn academische werk en maakte bloemstukken waarin een zoektocht naar een meer vergeestelijkte benadering is te zien: enkele stukken krijgen zware, contrasterend blauwe contourlijnen en vereenvoudigde vormen, andere krijgen uitbundige uitbarstingen van kleur die het hele doek vullen. Een suggestie van ruimte is er soms al nauwelijks meer. De landschappen uit de omgeving van Woerden lijken zonlicht te regenen en laten opeenvolgend bijna zien hoe de kunstenaar in het veld stond en probeerde het licht en de atmosfeer te vangen. De wisselwerking met Sluijters, met wie hij aan het begin van de eeuw veel optrok, is voelbaar, net als de invloed van Mondriaan. Het is nu wellicht niet meer bij iedereen bekend, maar Gestel was één van de meest moderne kunstenaars van de eerste decennia van de twintigste eeuw. Hoewel de aandacht de laatste jaren veel uitging naar Sluijters, die inspireerde met zijn fauvistische en luministische doeken, was het zijn vriend Gestel die voorop liep in de kubistische en futuristische experimenten. 

Het duo Gestel en Sluijters, met Mondriaan de voortrekkers van de ‘ultra-modernen’ genoemd, zorgde zelfs voor het nodige schandaal. Nog voor de opening van de grote najaarstentoonstelling van de Moderne Kunstkring in het Stedelijk Museum in 1911, waar ook Parijse avant-gardisten aan deelnamen, werden van beide kunstenaars twee naakten uit de museumzaal verwijderd. Ze werden te aanstootgevend bevonden. Nescio, die van de uitbundige bohémiensfeer gretig gebruik maakte voor zijn ‘Titaantjes’, refereerde ook hier aan in zijn boek: ‘Hoyer had kolossaal geboft. Ze hadden de ouwe stomme streek uitgehaald een naaktfiguur van hem te weigeren.’ Aan publiciteit hadden beide kunstenaars natuurlijk geen gebrek meer. De naakten zijn op de tentoonstelling te zien, in een zaal die de snelle ontwikkeling toont van een pointillistische stijl naar een decoratieve, met grote kleurvlakken die bijna abstract, of in ieder geval sterk vereenvoudigd en vlak decoratief aandoen. 

Onder invloed van zijn reizen naar Parijs ontwikkelde Gestel zijn eigen kubistische stijl. Hij combineerde het statische kubisme van Picasso en Braque met de dynamiek van het Italiaanse futurisme. Zijn kleurrijke bloemstukken en portretten zijn opgebouwd uit stralend gekleurde partjes die het hele doek vullen. De gezichten en handen gaf Gestel vaak naturalistisch weer: een bewuste keuze, die volgens regels van de strikte kubisten ‘onjuist’ was. Gestel koos er echter voor om vast te houden aan de natuur. In 1913 maakte hij wel uitstapjes naar vrijwel abstracte landschappen, waarin het ging om vorm en kleur en het ritme van die twee. In de Bergense buitenlucht, waar hij in 1911 was begonnen met schilderen, experimenteerde Gestel naar hartenlust met zijn landschappen. Aan het einde van de zomer van 1913 wilde hij echter niet stoppen met buiten schilderen, en via Jan Toorop kwam hij in contact met de Belgische schilder William Degouve de Nuncques, die hem aanraadde naar Mallorca te gaan. Samen met zijn vriendin An Overtoom en het kunstenaarsechtpaar Else Berg en Mommie Schwarz trok Gestel aan het einde van dat jaar naar het zonnige eiland. Gestel werkte op Mallorca aan één stuk door, en dat laat de voorlaatste zaal van het Singer ook zien. Grote doeken met aardse, maar heldere tinten, natuurvormen gefragmenteerd zoals Braque en Cézanne dat deden. Halverwege 1914 verlieten ze Mallorca, om via een verblijf van enkele weken in Spanje terug te keren naar Nederland. 

Kort na hun aankomst in Nederland brak de Eerste Wereldoorlog uit. Het contrast tussen het zonnige eiland en deze sombere wereld had niet groter kunnen zijn. Gestel trok naar de grens bij Roosendaal om de vluchtelingen vanuit België vast te leggen in schetsboeken, die hij in het voorjaar van 1915 in Amsterdam uitwerkte tot prachtige, aangrijpende tekeningen. Ze werden geëxposeerd op een reizende tentoonstelling waarvan een deel van de opbrengst ten goede kwam aan het Amerikaansch Comité tot Voeding van België. Gestel verkocht zijn bladen zeer goed, waardoor hij nog tijdens de tentoonstelling tekeningen moest bijmaken. Hij werd geroemd om zijn verbeelding van alle individuen en de manier waarop hij het leed weergaf. Hij liet nog maar eens zien wat een getalenteerd tekenaar hij was. 

De jaren erop werkte Gestel in de zomers in Bergen en bracht hij de winters in zijn Amsterdamse atelier door. Hij nam steeds meer afstand van de kubistische, gefragmenteerde weergave van de natuur. Zijn werk werd geleidelijk steeds expressionistischer, met donkere aardetinten, licht-donkercontrasten en sobere vormen in brede toets. Hij verbleef steeds meer in Bergen, waar Le Fauconnier, Arnout Colnot, Piet van Wijngaerdt en anderen werkzaam waren in een donkere, expressionistische stijl. Hij zou zich er in 1921 definitief vestigen. 

Financieel gesteund en vergezeld door verzamelaar Piet Boendermaker en kunstenaarsvriend Adriaan Lubbers maakte Gestel een lange reis maar Duitsland en Italië. In Duitsland deed de menselijke figuur zijn intrede in zijn werk, en hij tekende hier en in Italië de plaatselijke ‘types’: houthakkers en vissers. In Italië, vooral in de kunstplaats Positano, vereenvoudigde hij zijn composities steeds meer, en hij beperkte zijn palet tot okers, grijzen, bruinen en groenen. Eind 1924 keerden ze terug naar Nederland. Het was geen prettige thuiskomst: De verhouding die Gestel op reis was begonnen met de dochter van zijn mecenas Boendermaker kwam aan het licht, en zowel zijn relatie met Piet Boendermaker als met zijn vrouw An bekoelde. Gestel vertrok uit het echtelijk huis en maakte halverwege 1925 een eenzame reis naar Vlaanderen, waar hij twee jaar bleef en waar zijn werk onder invloed van De Vlaamse expressionisten Frits Van den Berghe, Gustave De Smet en Constant Permeke vervlakte en gestileerder werd. In België duurde zijn relatie met Zus Boendermaker voort, en Gestels vrouw vroeg een scheiding aan die in de zomer van 1927 werd voltrokken. Gestel kwam erdoor in een depressie en brak enkele maanden later met Zus, waarop An hem terughaalde naar Nederland om weer bij haar in te trekken. 

Leo en An reisden naar Parijs en keerden terug naar Bergen, waar Gestel zich richtte op een belangrijke overzichtstentoonstelling die in 1929 zou plaatsvinden. In februari van dat jaar brak er echter een grote brand uit en ging zijn atelier, waar enkele honderden werken klaar stonden voor de tentoonstelling, in vlammen op. Nadat Gestel enkele maanden later de ramp te boven was gekomen, besloten An en hij naar Blaricum te verhuizen. Het Gooise landschap vond hij maar weinig interessant, maar hij kon er paarden en koeien bestuderen en er woonden enkele vrienden in de omgeving. Gestel zette zich vooral aan figuurstukken en werkte veel op papier. Er werd ook wel over gezegd dat Gestel koos voor het papier vanwege de maagkwaal waar hij al jaren aan leed, maar de grote formaten weerspreken deze bewering. Hij kon zich direct uitdrukken in pastelkrijt en in tempera, wat van pas kwam op zijn tochtjes naar plaatsen als Huizen en Spakenburg. Hij tekende er op soms bijna karikaturale wijze de vissers en de dorpsvrouwen in klederdracht. In zijn werk uit de jaren twintig en dertig is een steeds grotere terugkeer naar het naturalisme te zien. Het past bij de algemene trend in de kunst, ook wel retour à l’ordre genoemd, die Picasso en De Chirico initieerden aan het begin van de jaren twintig. Klassieke motieven en technieken kwamen centraal te staan, en Gestels werk liet volumineuze vrouwfiguren zien. 

Dit artikel verscheen in uitgebreidere vorm in het Studio 2000 Magazine.


Leendert (Leo) Gestel

Geboren: Woerden 1881.

Overleden: Hilversum 1941.

Schilder.

Werken van Leo Gestel (1881-1941)

Strandgezicht Zandvoort
Leo Gestel (1881-1941)
Amsterdamse achtertuinen
Leo Gestel (1881-1941)
L'Écuyère 1926
Leo Gestel (1881-1941)
Leaving the theatre
Leo Gestel (1881-1941)
Boerderij
Leo Gestel (1881-1941)
Verkocht
Waschdag ca. 1900
Leo Gestel (1881-1941)
Landschap met grazende koeien
Leo Gestel (1881-1941)
Verkocht
Beemster
Leo Gestel (1881-1941)
Verkocht
Landschap Bergen
Leo Gestel (1881-1941)
Verkocht
Koeien
Leo Gestel (1881-1941)
Paarden
Leo Gestel (1881-1941)
Mallorca
Leo Gestel (1881-1941)
Droom vrouw en paard
Leo Gestel (1881-1941)
Man met paard
Leo Gestel (1881-1941)
Lezend meisje
Leo Gestel (1881-1941)
Verkocht
'Druilig weer aan de Amstel'
Leo Gestel (1881-1941)