Sluijters Jr, Jan

Sluijters Jr, Jan Jan Sluijters Jr

Jan Sluijters Jr.

 

De zoon van een beroemde schilder heeft het doorgaans niet gemakkelijk. Het publiek - en vooral de critici - verwachten dezelfde stijl, dezelfde werkwijze en dezelfde begaafdheid. Maar wat het meest lastige is: het werk van de zoon wordt vrijwel nooit onbevooroordeeld bekeken. Vrijwel altijd wordt er een vergelijking gemaakt met het werk van de vader en wordt de zoon niet gewaardeerd op basis van zijn persoonlijke kunstenaarschap alleen. Daarmee worden de kunstuitingen onrecht aangedaan, omdat ze met dezelfde overgave en dezelfde drang om kunst te maken zijn ontstaan.

Een schilder als Isaac Israels (1865-1934) moet dit verstikkende klimaat hebben ervaren, toen hij aan het eind van de negentiende eeuw, los van zijn vaders atelier, in Amsterdam zocht naar zijn eigen stijl en werkwijze. In recensies werd er hoopvol uitgekeken naar het werk van ‘de jonge Israels’. Voor Isaac werkte dat contraproductief en tussen 1887 en 1894 exposeerde hij vrijwel niet.

Sluijters Junior (geb. 1914), van wie Kunsthandel Studio 2000 in mei een overzichtstentoonstelling presenteert, moet eenzelfde druk hebben gevoeld tijdens zijn artistieke carrière. En dat is niet verwonderlijk, want het kunstenaarschap domineerde al een halve eeuw de familie Sluijters. Grootvader Gijsbertus Antonius (1847-1927) had zich toegelegd op tekenen en grafiek. Als leerling van de Brabantse boekhandelaar en uitgever Henri Bogaerts (1841-1902) leerde hij de techniek van het houtgraveren, maar hij bekwaamde zich ook in het linoleumsnijden en de zinkografie.

In de beleving van de zoon zal echter de roem van Jan Sluijters senior (1881-1957) moeilijker te evenaren zijn geweest. Terwijl Sluijters senior zich - wilde hij misschien bewust dat Jan junior zich onafhankelijk zou ontwikkelen? - verre hield om zich uit te spreken over het werk van zijn zoon. Door zijn terughoudende opstelling heeft Sluijters Junior in zekere zin ook willen voorkomen dat zijn schilderijen steeds vergeleken zouden worden met die van zijn vader.

Hij hield zich niet alleen op de academie, maar ook later in zijn werkzame leven, als kunstenaar steeds op de achtergrond. Maar hoewel hij zich later meer richtte op techniek en film, de drang om te schilderen, bleef toch bestaan. Exposeren deed hij echter nauwelijks en praten over zijn werk deed hij al helemaal niet.

 

Onterecht, denk ik, en ik ben zeer blij dat ik de kunstenaar voorafgaand aan de tentoonstelling in Baricum te spreken kreeg. Want het werk van Sluijters Junior bezit een grote kwaliteit. Niet alleen als portrettist beheerst hij moeiteloos de techniek, ook als landschapsschilder en schilder van stadsgezichten legt hij een groot talent aan de dag. Met name Amsterdam, met de karakteristieke bruggen en grachten, is bij de schilder favoriet. Zo kunnen we op de tentoonstelling gezichten zien op de ‘Berlage-brug’, de Blauwbrug, het Centraal Station met het IJ, en het Leidseplein. Maar ook buitenlandse steden en zijn woonomgeving in ’t Gooi heeft Sluijters Junior meerdere malen op het doek gebracht.

De kwaliteit van de schilder toont zich in de losse techniek, waarmee hij zijn onderwerpen moeiteloos - zo lijkt het - getroffen heeft, met het verkeer en de figuren die de straten bevolken. Daarbij is het onderkoelde, tonale palet, zonder harde contrasten en met fijne nuances eigen aan zijn kunstenaarschap. Om deze reden zal de overzichtstentoon¬stelling in Blaricum van ruim veertig werken van Sluijters Junior een verrassing zijn voor iedereen die slechts bekend is met het werk van de vader. Kunsthandel Studio 2000 doet daarmee recht aan het talent van een kunstenaar die het liefst onopgemerkt zijn artistieke leven leidt.

Want nog steeds is Sluijters Junior bescheiden als hij spreekt over zijn oeuvre, dat in de stilte van zijn atelier tot stand gekomen is. Té bescheiden!

Sluijters Junior aan het woord

 

‘Toen ik na het doorlopen van de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijs aan de Rijksakademie te Amsterdam kwam studeren, werd ik wantrouwend gadegeslagen. Een gewone student stond onbevangen en onvoorbereid ten opzichte van de academie. Maar ik had natuurlijk van huis uit het een en ander meegekregen; dat maakte mij tot een student die in de gaten moest worden gehouden. Ik was me dat bewust. Ik heb me vanaf het begin af aan rustig gedragen. Als zoontje van de schilder Jan Sluijters was je nu eenmaal verdacht. Je moest ervoor waken te zeggen: “Houden jullie je mond maar, ik weet wel hoe het moet!” Mijn vader stond in die tijd bovenaan. Dan kreeg je een tijdje niks, en dan kwamen de andere schilders. Dat was natuurlijk niet terecht, want anderen zijn inmiddels ook beroemd geworden.’

‘Op de academie was ik niet zo veel. Je afwezigheid werd wel genoteerd, maar meestal was ik er alleen ’s ochtends te vinden. Samen met vijf of zes vaste schilders¬vrienden, onder wie Ab Muis, werkten we naar model. Ik deed zo’n twee tot drie weken over een portret. Professor Wolter liet je soms je gehele werk weer uitvegen. ’s Middags werkte ik in de stad, want dat leerden we niet op de academie, of was ik op mijn eigen atelier. Ik sliep daar ook en ging alleen naar huis om te eten. Dat heb ik jaren zo gedaan.’

‘Je moet je voorstellen: van huis uit had ik minder oefening meegekregen dan men dacht. Mijn vader werkte in zijn atelier boven, alleen. In mijn jeugd - vanaf mijn tiende jaar - tekende ik erg veel. Mijn vader bemoeide zich daar niet mee. Voor mijn academietijd had ik eigenlijk nauwelijks met olieverf geëxperimenteerd. Mijn vader gaf wel les aan anderen, maar niet aan mij; meestal werd ik weggestuurd met de woorden: “Ga jij maar de stad in om te tekenen.” Mijn atelierervaring bestond er dus voornamelijk uit dat ik veel gezien had. En ik mocht lijsten inkorten en in verstek zagen, want mijn vader was linkshandig en eigenlijk erg onhandig: hij had er moeite mee om te zagen en te timmeren. Ik kon dat echter goed en deed dat vaak.’

‘Toen ik rond mijn achttiende begon te schilderen, zag mijn vader dat natuurlijk wel, maar het gekke is: ik heb toen zelf altijd afstand gehouden. Ik liet niet graag wat zien. Daar had ik moeite mee. Mijn vader duldde ook niemand in zijn atelier. Alleen als hij twijfelde, ging het belletje en liep mijn moeder - die zelf ook niet onverdienstelijk schilderde - de trap op. Zij zei dan: “Wat heb je nou weer gedaan” of zoiets dergelijks. Ze werd dan de kamer uitgebonjourd, maar hij nam toch haar kritiek over. Van huis uit heb ik dus geen artistieke scholing gehad.’

‘Zijn veelzijdigheid was hem wel wat waard. Zijn opvatting was dat je nooit langer dan acht jaar hetzelfde moest doen. Geestelijk verander je namelijk en als je daarbij artistiek achterblijft en te lang in een richting doorgaat, word je slechter. Aan de hand van mijn vaders oeuvre kun je precies zien in welke tijd het gemaakt is.’

‘Ik was in Amsterdam aangesloten bij kunstenaarsverenigingen als Arti et Amicitiae en St.-Lucas, maar ook bij Pulchri Studio heb ik wel geëxposeerd. Verder heb ik er nooit zo achteraan gezeten. ’t Was officieel wel mijn beroep en ik deed mee als ze me vroegen. Door kunsthandelaar Karel van Lier bijvoorbeeld. Soms verkocht ik direct uit mijn atelier. Maar, eerlijk gezegd, ik zag het niet als noodzaak. Van huis uit kreeg ik te eten en wat extra’s. Mijn vader verdiende niet extreem veel, maar had regelmatig inkomsten uit werk en opdrachten. Toen hij in 1957 overleed, stond er een bedrag van driehonderdduizend gulden op de bank. Dat was toen een geweldig kapitaal.’

‘Na de oorlog ben ik met mijn vrouw in Loenersloot gaan wonen. In dat huis had ik een atelier en maakte zo’n veertig werken per jaar. Daarnaast ontwikkelde ik voor een fabriek in Muiden een speciaal soort taperecorder verder en perfectioneerde die. Uiteindelijk produceerden ze er vijfduizend per jaar. Ook was ik filmer, dat wil zeggen: cameraman en producent van documentaire-achtige films. Ik werkte voornamelijk voor bedrijven. Daar had ik geen anderen bij nodig, daar had ik alleen maar last van! Zo heb ik de bouw van Hoog Catharijne in Utrecht vastgelegd in een bedrijfsdocumentaire. Maar ik ben ook voor dat doel naar Indonesië en Noord-Afrika geweest.’

‘Amsterdam heeft me altijd aangetrokken. Ik heb daar veel geschilderd. Het liefst een beetje van bovenaf. Een vriend van me was havenmeester en vanuit zijn kantoor kon ik prachtig het Centraal Station in Amsterdam overzien. Een andere vriend woonde op het oude Waterlooplein en vanuit zijn raam kon ik de Blauwbrug schilderen, met het weinige verkeer als bewegende objecten. Dat vond ik altijd wel aantrekkelijk. Net als die tram die over de kade bij de ‘Berlage-brug’ langsschuift; de gashouder is inmiddels verdwenen. Toen ik mijn militaire dienst vervulde, schilderde ik vanaf een boot de haven in Amsterdam.’

‘In de oorlog heb ik op het Rokin de brand van het Carlton Hotel vastgelegd in olieverfschetsen, die ik daarna in mijn atelier heb uitgewerkt.

Maar meestal schilderde ik direct naar de natuur, soms vervormde ik de boel een beetje om het stadsgezicht toch goed op het doek te krijgen. Vanuit ’t Gooi, waar ik later woonde en ook veel geschilderd heb, ging ik nog naar Amsterdam om stadsgezichten te maken.’

‘In het buitenland heb ik ook gewerkt, maar nooit gewoond. In Spanje kwam ik vaker, de eerste keer toen ik achttien was, samen met mijn ouders. Dat land heeft grote indruk op mij gemaakt door de - toen nog - ongereptheid. Later heb ik ook geschilderd in Frankrijk, in Parijs en Cassis, en Italië, vooral Rome. In Teheran was ik maar vijf dagen. Daar heb ik de een na grootste moskee geschilderd.’

‘Zelf vind ik het lastig om een karakteristiek te geven van mijn eigen schilderijen. Ik werk voornamelijk impressionistisch, maar ook een expressionistische stijl zit er soms wel in. Het zijn van die woorden, daar heb ik tijdens het schilderen nooit bij nagedacht. Je staat ergens en je schildert. En je stopt wanneer je tevreden bent!’

  • Naam: Jan Sluijters Jr
  • Geboren Amsterdam 1914
  • Overleden Hilversum 2005
  • Schilder.

Jan Sluijters Jr

Geboren: Amsterdam 1914.

Overleden: Hilversum 2005.

Schilder.

Werken van Jan Sluijters Jr (1914-2005)

Gezicht op de Berlagebrug
Jan Sluijters Jr (1914-2005)
Huis met tuin
Jan Sluijters Jr (1914-2005)
Verkocht
Boerenerf
Jan Sluijters Jr (1914-2005)
Verkocht
Boomgaard
Jan Sluijters Jr (1914-2005)
Verkocht
Stilleven
Jan Sluijters Jr (1914-2005)
Verkocht
Gezicht op het Rokin te Amsterdam
Jan Sluijters Jr (1914-2005)
Verkocht