Jean Francois Rafaelli

Raffaelli, afkomstig van een aristocratische Italiaanse familie, groeide op in Parijs. Toen hij veertien was verloor zijn vader zijn fortuin en moest de jonge Raffaelli als boekhouder en zanger het gezin onderhouden. Na korte carrière als zanger zag Raffaelli toch meer verdusie in het schildersberoep. Hij ging in de leer bij de beroemde historieschilder Gerome, tevens leermeester van Odillon Redon. Aanvankelijk schilderde Raffaelli kostuumschilderijen en landschappen waarmee hij mocht exposeren op de Salon in 1871. Maar dan raakt hij geïnspireerd in naturalistische schrijvers Emile Zola en Joris Karl Huysman. Hij Schildert een serie realistische werken van katoenplukkers en werkende mensen in hun vaak armoedige omgeving. Het werk wat hij vervaardigde werd geprezen door zijn tijdgenoten. Huysman noemde hem de Millet van het Parijse straatleven. En ook Degas was onder de indruk en introduceerde hem bij de impressionisten. In 1880 en 1881 nam Raffaelli deel aan de tentoonstellingen van de impressionisten. Dit ging helaas niet zonder slag of stoot, de andere deelnemers hadden moeite met het sombere palet van de kunstenaar.  En niet mogelijk niet onbelangrijk, tijdens de tentoonstellingen werden de werken van Raffaelli veel beter verkocht dan de impressionisten. Beiden redenen zullen een rol hebben gespeeld dat Raffaelli zich los maakte van de groep om zijn eigen exposities te organiseren en wordt zelf theoreticus van zijn oeuvre. Raffaelli organiseerde in 1884 zelf een solo-expositie genaamd ‘Potraits-types de gens du bas peuple’ aan de avenue de ‘l Opera.  In een stijl die meer verwant was aan het naturalisme dan aan het impressionisme toonde Raffaelli schilderijen van het Parijse stadsleven.

De tentoonstelling werd een groot succes. Tijdens de tententoonstelling waar meer dan 150 olieverfschilderijen waren verdiende de kunstenaar 30,000 francs (ca. 4.500 euro). In deze tijd een behoorlijk hoog bedrag. In de tentoonstellingscatalogus werden een aantal tekeningen van Raffaelli gepubliceerd. Theo van Gogh stuurde zijn broer Vincent ook een exemplaar. Vincent was erg onder de indruk en schreef zijn broer dat hij de werken van Raffaelli ‘meesterlijk’ vond en ‘een man van enorme begaafdheid, wier het misschien alleen ontbreekt aan dat zeker iets dat het groote uitmaakt’. Nog geen tien jaar later in 1890 zou Theo van Gogh een tentoonstelling van het werk van de kunstenaar organiseren. Vanaf deze periode begon Raffaelli steeds meer de invloeden van de impressionisten te verwerken in zijn schilderijen. Het werk kreeg hierdoor een lichter en frisser pallet. Een voorbeeld van dit lichte palet is het schilderij dat Raffaelli in Venetië maakte.