Corot , Jean-Baptiste-Camille

Jean-Baptiste-Camille Corot

Geboren: Parijs 1796 .

Overleden: Versailles 1875.

Jean-Baptiste-Camille Corot

(Parijs 1796-1875 Versailles)


Jean-Baptiste Camille Corot:Aan de bosrand  (La lisière du bois)

Ofwel: Ontwikkelingen van de negentiende-eeuwse Franse landschapsschilderkunst. Deze ontwikkelingen zijn tweeërlei. Enerzijds zijn er ontwikkelingen omdat de regels waaraan landschapsschilderingen moesten beantwoorden versoepeld werden. Deze ‘deregulering’ wordt besproken in het eerste deel van de bijdrage, samen met de carrière die Corot doorliep tot ongeveer 1850. Anderzijds is er een ontwikkeling omdat hij een nieuw type landschap bedacht. Het tweede deel van de bijdrage is aan die innovatie gewijd en aan de carrière van Corot na ongeveer 1850.

Studio 2000 biedt een schilderij van Corot ten verkoop aan. Echt zeldzaam kunnen schilderijen van Corot niet heten, hij heeft er zo’n drieduizend vervaardigd en had, zeker tegen het einde van zijn leven, geen moeite om ze te verkopen. Corots landschappen genoten in de tweede helft van de negentiende eeuw een stijgende mate van populariteit in brede kringen van de Franse samenleving. De taferelen waarin een bijna transparante mist over het landschap lijkt te hangen waren zelfs zo gevraagd dat die massaal werden gekopieerd. Corots ‘handelsmerk’, een landschap met een hoge grijs-factor, was inderdaad niet moeilijk te imiteren. Zelfs de kubist Fernand Léger schijnt zich hier om den brode aan bezondigd te hebben. De authenticiteit van het schilderij dat Studio 2000 aanbiedt hoeft niet betwijfeld te worden, het beschikt namelijk over een solide provenance.

Wie denkt dat het eenvoudig is Aan de bosrand voor geïnteresseerden te verklaren omdat de ondertitel Landschap met smalle bomen, een moeder en een kind met een appel het motief correct weergeeft, heeft maar ten dele gelijk. De stijl waarin het paneel is weergegeven is zo mogelijk nog belangrijker dan het motief. Motief en stijl laten bij Corot veranderingen zien en om deze in het juiste kader te plaatsen, zal hier een kleine accolade geopend worden, waardoor ook Aan de bosrand in passend kader geplaatst kan worden. Corot is als schilder veelzijdig, hij heeft alle genres beoefend behalve stillevens maar hij staat vooral te boek als paysagiste, landschapsschilder. Aan de bosrand beeldt zowel landschap als figuren uit. De bespreking zal beide elementen toelichten, het eerste – waarmee we beginnen – het meest.

Toen Corot op 26-jarige leeftijd ruimschoots had aangetoond geen talent te hebben voor de handel in stoffen van zijn ouders en toestemming kreeg om zijn passie, schilderen, te volgen, ging hij in 1822 in de leer bij twee landschapsschilders, eerst Achille-Etna Michallon en daarna Victor Bertin. Het schilderen van pure landschappen waarin niets heldhaftigs gebeurt, stond niet hoog gequoteerd in de klassieke en gezaghebbende hiërarchie van de Académie des Beaux-Arts, nog daterend uit de tijd van de Zonnekoning Louis XIV. Nicolas Poussin en Claude Lorrain waren in de zeventiende eeuw na te volgen voorbeelden geworden omdat zij, hoewel geboren in Frankrijk, actief waren in Italië en antieke taferelen situeerden in een imposante natuur, een vaak geïdealiseerd landschap. Let wel, het zogenaamde motief voor (of ook wel de aanleiding tot) zo’n geïdealiseerd landschap was steeds een element uit de oude profane of sacrale geschiedenis, maar de eigenlijke inhoud was – zeker bij Lorrain – de opgevoerde schoonheid van een meestal denkbeeldig antiek landschap. In de tweede helft van de achttiende eeuw stuitte de door de Académie de Beaux-Arts sinds 1667 opgelegde regel op steeds meer verzet: het moest ook mogelijk zijn een prachtig landschap uit de Oudheid als zodanig weer te geven, zonder verwikkeling uit Oudheid, Bijbel of mythologie, net zoals dat in Hollandse landschappen – waar de Académie geen zeggenschap over had – al jaren het gebruik was. In 1817 ging de Académie om en stelde zelfs een prijs in voor de beste uitbeelding van een historisch landschap uit de Oudheid, weliswaar groots en subliem maar zonder de historische verwikkeling. Door toedoen van theoreticus-schilder Pierre-Henri de Valenciennes kwam er nog meer versoepeling: het landschap hoefde niet per se geïdealiseerd te worden, realisme was ook toegestaan, de schilder moest er ook zijn gevoel op kunnen afstemmen en zijn herinnering er in kwijt kunnen. De romantiek was in aantocht! Dit is de stand van zaken die Michallon en Bertin, de twee leermeesters van Corot, zo rond 1800 aantroffen op het vlak van theorievorming en vanuit dit standpunt leidden zij van 1822 tot 1825 hun leerling de landschapsschilderkunst binnen. Het is goed te benadrukken dat Corot als kunstenaar een late starter was (in 1822 was hij al 26), geen brede opleiding aan een kunstacademie kreeg met onderricht in disciplines als anatomie, perspectief, antieke geschiedenis, maar dat hij louter als paysagiste werd opgeleid. Corot vulde zijn tekenvaardigheid aan door onder andere voor tekenen naar levend model lessen te volgen op de goed bekend staande Académie Suisse, een privé opleiding.

Corot kreeg in 1825 zijn ouders zo ver dat zij, succesvol in het zakenleven en inmiddels eigenaars van een mooi buiten in Ville d’Avray (op 5 kilometer van Parijs), hem een vast jaargeld toekenden. En met deze materiële zekerheid vertrok hij, hierin gestimuleerd door Bertin, naar Italië om daar in een grand tour zijn bekwaamheden te vergroten. Corot verbleef er tot 1828; hij zou er voor kortere verblijven nog in 1834 en 1843 terugkomen. Had debutant Corot in Frankrijk al enkele opmerkelijke landschappen geschilderd, goed opgebouwd, met interessante verdeling van licht en donker en vooral grote helderheid, rondzwervend in het landschap rond Rome – waar zoveel Italianisanten hem vooraf gingen – hij zou deze vaardigheden nog verder opvoeren. De aanpak was vaak dezelfde, en aanbevolen door De Valenciennes, Michallon, Bertin: travailler sur le motif, dat wil zeggen en plein air schetsen maken (meestal op papier en met olieverf) om de ‘ziel van de plek’ (in latijn genius loci) te grijpen, met name het Italiaanse licht, en daarna in het atelier de schets uit te werken; als de uitwerking op papier is, dan dat papier op een linnen drager plakken (maroufleren). Net als vele voorgangers wanhoopte Corot er aanvankelijk aan ooit het specifieke van het Italiaanse licht te kunnen vastleggen: vreselijk moeilijk om weer te geven hoe het licht vanuit de hemelkoepel neerdaalt en natuur, stad, rivier of baai in een ongemene klaarte drenkt! De uitzichten op de Eeuwige Stad die Corot vanuit de Farnese-tuinen schilderde, tonen aan dat zijn wanhoop misplaatst was; van de Kerk San-Sebastiano, het Colosseum, het Forum is de architectuur correct weergegeven, maar daarin schuilt niet zozeer het unieke karakter, als wel in het licht dat deze monumenten hun specifieke tint verleent, beige, okerkleurig, rossig, oudroze, al naar gelang de stand van de zon en het moment van de dag. Monets kathedraal in Rouen, zijn populieren en hooimijten hebben hier hun voorgangers!

Corot ‘deed’ de regio Rome, zakte nog af naar Napels met het onvermijdelijke Capri, ging via Venetië en de Alpenmeren terug naar het vaderland, veel schetsen met zich meevoerend die hij in Ville d’Avray (of in zijn Parijse atelier) zou uitwerken. Niet alleen deze ‘Italiaanse’ portefeuille zou – in Frankrijk! – een uitwerking krijgen en zuidelijk licht, hetzelfde gold ook voor zijn ‘Franse’ werk: beroemd om hun heldere compositie zijn de gezichten op Chartres en Soissons, waar hij overbodige details wegliet en inzoomde op hun kerktorens in de verte. Enkele werken die hij in Italië vervaardigde, zijn opmerkelijk omdat zij in de kiem iets bevatten dat vooruitwijst naar toekomstige ontwikkelingen, óf van de negentiende-eeuwse kunstgeschiedenis óf van Corot. De olieverfschets Narni, de brug van Augustus over de Nera (Narni, le pont d’Auguste sur la Nera) uit 1826, bezorgde Corot het stempel van voorloper van de impressionisten. De vluchtigheid waarmee dit antiek monument en het landschap zijn vastgelegd, de gewaagde contrasten licht en donker, de levendige toets, de durf van de maker, de directe aanspraak die het werk uitoefent op de kijker, dit alles heeft de variant Uitzicht bij Narni (Vue prise à Narni) die Corot in 1827 naar de conservatieve Salon stuurde, in de ogen van vooruitstrevenden gedeclasseerd. De waarheid is waarschijnlijk dat de officiële Salon geen schetsen accepteerde, alleen werken die àf waren. Voor dichter en kunstcriticus Baudelaire echter (hierin gevolgd door de modernen) heette wat tot in details is uitgewerkt (fini) zielloos, in tegenstelling tot de schetsmatige aanzet (fait) die alles al in de kiem bevat. Er zijn nog tenminste twee werken uit Corots Italiaanse jaren die vooruit wijzen, in dit geval naar een benadering van het landschap die Corot later in praktijk ging brengen en die hem voor velen tot een icoon heeft gemaakt, het navolgen of vervalsen waard: Gezicht op Riva, in Italiaans Tirol (Vue de Riva, Tyrol Italien), 1834, en Nemi, het meer gezien door de bomen (Nemi, le lac vu à travers les arbres), 1843. In beide schilderijen is het klare zonlicht getransformeerd in heiigheid die als een zweem over het water hangt. Vanaf ongeveer 1850 introduceerde Corot gaandeweg zijn nieuw concept landschap waar de klaarte terrein prijsgeeft en een alomvattende fijne waas zich installeert.

Het schilderij Aan de bosrand (La lisière du bois, ongeveer 1870), dat Studio 2000 aanbiedt, volgt de laatste opzet, de fijne waas. In dit verhoudingsgewijs grote paneel is Corots veranderde benadering van het landschap aantoonbaar. Het paneel is relatief hoog om het afgebeelde tafereel te kunnen kaderen: op de voorgrond een tiental flink opgeschoten bomen (door de kaderranden afgesneden, heel gedurfd) met daartussen de beeltenis van vrouw met kind, beide – als waren ook zij van florale aard – wortelend in de voorgrond en één in kleur en richting met het oprijzend geboomte. De voorgrond met bomen (en figuren) vormt een door Corot vaak gebruikt raster dat à contre jour afsteekt tegen de lichte achtergrond, een waterplas omzoomd door heuvels. Door deze opbouw met bomen en figuren als repoussoir heeft Corot het landschap verdiept. Omdat het geboomte met gebladerte en de voorgrond zoveel ruimte is toebedeeld, overheersen de kleuren bruin en groen, met al hun varianten en tussentinten. Corots schildering is één brok poëzie, natuurlijk vanwege het sentimentele element van vrouw en kind, maar vooral omdat de licht getinte achtergrond het geboomte met zijn in dikte wisselend pakket bladeren opvangt als in een zacht bed. In het lover zijn, aan de buitenkant, blaadjes individueel geschilderd en steken mooi af. De hele voorstelling baadt in milde kleuren: vegen bruin en groen, streepjes lichtblauw, toetsen oudroze, paars en grijs geven het geheel iets dromerigs, hardheid lijkt uitgebannen.

Sinds ongeveer 1850 is Corots aanpak die van een tweetakt. Enerzijds ging hij op zijn gebruikelijke wijze door met het aanbrengen van (Italiaanse) helderheid in het Franse landschap. Hij was goed op de hoogte van de donkere toonaard van de Barbizonschool, zijn confraters, die hij regelmatig opzocht in het bos van Fontainebleau. Anderzijds voegde hij een alternatief toe, een nieuw landschapsconcept gestoeld op eenheid van tonaliteit, op verwantschap van tinten met een bemiddelende functie van het grijs waarin alle schakeringen participeren. In de Nederlandse schilderkunst van de negentiende eeuw dacht men dan automatisch aan het ideaal dat Gerard Bilders aan zijn penvriend Johannes Kneppelhout beschreef: ‘Ik zoek naar een toon, dien wij gekleurd – grijs noemen; dat is alle kleuren, hoe sterk ook, zoodanig tot één geheel gebracht, dat ze den indruk geven van een geurig, warm grijs.’ [Loos 2009] In deze brief van 10 juli 1860 beschreef Bilders met zoveel woorden het ideaal dat de Haagse School gaat inspireren. Paart helderheid zich vaak aan de klare lijn, aan markante contouren, aan eenvoud, aan rationele benadering; de wazige grijze zweem die scherpe profilering verzacht raakt eerder gevoelige snaren van het hart. Corots alternatief sloeg in het tijdsgewricht geweldig aan. Alom kreeg hij bewonderaars, adepten en vervalsers. Men zat eigenlijk te wachten op zijn nieuwe benadering. Plaatsen die hij volgens dit nieuwe landschapsconcept schilderde – Ville d’Avray, Mortefontaine, Mantes – verkregen de status van bedevaartsoord bij de burgerij die zich massaal gewonnen gaf, te meer omdat tezelfdertijd nieuwlichters, die later (1874) impressionnistes gedoopt zullen worden, een brutaal loopje namen met noties als zachte tonaliteit.

Het schilderij Aan de bosrand maakte deel uit van een groep aangevoerd door Corots Souvenir de Mortefontaine, een iconisch werk uit 1864, aangekocht door Keizer Napoléon III en inmiddels een publiekstrekker in het Musée du Louvre. Bij vergelijking springen de parallellen in het oog: de opbouw van het landschap, de ‘zachte hand’ van de schilder die deze spreuk formuleerde en op zichzelf betrok: De waarheid schuilt in een nuance (La vérité est dans une nuance). De vrouwenfiguur die, in het eerste schilderij als een middeleeuwse madonna of een latere Caritas haar kind een appel voorhoudt, en die in het tweede als een Muze voor kinderen ooft of bloesem plukt, dit gevoelig element stoelt bij Corot misschien op diepere gronden. De ongetrouwde en kinderloze Corot boog zich met het klimmen der jaren vaker over zijn verleden, hij haalde met genoegen souvenirs op of construeerde deze, werd nostalgisch wanneer hij dacht aan Mortefontaine met zijn meer, de glanzende waterspiegel, de bosschages op de oever. En liet dan zijn verbeelding de vrije loop: het landschap vulde zich met menselijke presentie in de vorm van een vrouwenfiguur met kinderen, – zoals in ander werk met nimfen en bacchanten. Tijdgenoten als Courbet, stichter van het realisme, en Zola, auteur van een imposant maatschappijkritisch oeuvre, gaven Corot onomwonden te kennen deze desertie uit de wereld van de feiten en hang naar mythologische ficties niet te waarderen, – met respect overigens voor zijn verdiensten voor de schilderkunst.

Het schilderij Aan de bosrand is een picturaal bewijs van globale veranderingen in de landschapsschilderkunst als geheel maar ook van stijlwisseling bij Corot. Met het schilderij neemt Corot bovendien de kijker mee naar een privéwereld waar de verbeelding herinneringen in een zacht tonaal kleed hult.

 

  • Naam: Jean-Baptiste-Camille Corot

  • Geboren Parijs 1796

  • Overleden Versailles 1875

  • .

Werken van Jean Baptiste Camille Corot (1796-1875)

Landscape with tall trees, Mother and child with apple
Jean Baptiste Camille Corot (1796-1875)