Werkman, Hendrik Nicolaas

Werkman, Hendrik Nicolaas Hendrik Nicolaas Werkman

Hendrik Nicolaas Werkman (Leens 1882-1945 Bakkeveen) was een Nederlandse expressionistisch kunstenaar en verzetskunstenaar, die bekend werd als de drukker van de Groningse kunstenaarsvereniging De Ploeg. Deze vereniging werd in 1918 opgericht als reactie op het artistieke klimaat in de stad Groningen: enkele jongere kunstenaars vonden dat de mogelijkheden om te exposeren en om zich te ontwikkelen te beperkt waren. Door hun samenwerking hoopten ze tentoonstellingen voor de leden te organiseren en daarmee het publiek en andere kunstenaars kennis te laten maken met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van beeldende kunst in de breedste zin van het woord. Jan Wiegers, Johan Dijkstra, George Martens en Jan Altink behoorden tot de initiatiefnemers. Altink bedacht de verenigingsnaam; hij vond dat in Groningen ten aanzien van moderne kunst nog veel terrein moest worden ontgonnen en stelde daarom de naam ‘De Ploeg’ voor.

Hendrik Werkman was boekdrukker met een kleine uitgeverij in Groningen en nam binnen De Ploeg een bijzondere positie in. Hij was zijn loopbaan begonnen als journalist en leerling-drukker en had in 1908 zijn eigen drukkerij opgericht. Zijn contacten met De Ploeg waren aanvankelijk zakelijk van aard; in februari 1918 drukte hij de catalogus voor de eerste expositie van de nieuwe kunstkring, maar later dat jaar trad hij zelf toe tot de groep. Als Ploeglid maakte hij verschillende affiches, uitnodigingen en catalogi voor de verenigingsactiviteiten. Werkman ontwikkelde zich zelfstandig als kunstenaar (het vroegste van hem bekende schilderij dateert uit 1917). Begin jaren twintig gaf hij het door hemzelf gedrukte Blad voor Kunst uit, dat na zes nummers werd opgevolgd door het tijdschrift The next call, dat hij tussen 1923 en 1926 in eigen beheer uitgaf. Het tijdschrift bereikte avant-gardisten in Parijs, Antwerpen en Rusland, onder wie Michel Seuphor.

Toen Werkman rond 1923 begon te experimenteren met het drukkersgereedschap en hij de eerste van een lange reeks ‘druksels’ maakte werd dit voor hem het belangrijkste artistieke middel. Hij wist met het zetmateriaal, de inktrol en de handpers een unieke techniek te ontwikkelen, die hij later uitbreidde met het gebruik van sjablonen en stempeltechnieken. De kern van zijn ruim tweeduizend werken tellende oeuvre – schilderijen, aquarellen, grafiek, tekeningen en drukwerk – wordt dan ook gevormd door de druksels. De vroegste hiervan drukte hij nog in een kleine oplage. Voor het overgrote deel gaat het echter om unica, waarvan de meeste (circa vierhonderd) uit de oorlogsjaren stammen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog publiceerde Werkman samen met August Henkels, Adri Buning en Ate Zuithoff verschillende uitgaven die in bedekte termen kritiek leverden op het nazibewind. Deze werden uitgegeven onder de naam De Blauwe Schuit, genoemd naar de clandestiene uitgeverij waarvoor Werkman tussen 1941 en 1944 in totaal veertig uitgaven drukte, en vormen een bijzonder onderdeel van Werkmans drukwerk in oplage. Meestal betrof het kleine boekjes, met oorspronkelijk werk of bestaande teksten, waarin ingespeeld werd op de oorlogssituatie om zo de lezers een hart onder de riem te steken. Werkman voorzag de teksten van prachtige kleurrijke druksels en drukte daarmee een belangrijk stempel op de betekenis van de uitgaven.

Uit de oorlogstijd stamt ook een van Werkmans bekendste en meest geliefde werken: een dubbele serie van tien druksels getiteld ‘Chassidische Legenden’ (I en II). De druksels ontstonden nadat Werkman begin 1941 het boek Die Legende des Baalschem te leen kreeg. Deze oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven legenden waren aan het begin van de twintigste eeuw populair over de hele wereld. Centraal in de vertellingen staat de Poolse Israël ben Eliëzer, ook aangeduid als Ba’al Sjem Tov (‘de man van de goede naam’) die zich vanaf 1739 ontpopte als leider van de Oost-Europese chassidische beweging, een beweging van vrome joden die boven de praktische uitvoering van de voorschriften in de Thora een leer stelden van hoop, optimisme en vreugde. Werkman werd sterk gegrepen door deze vertellingen en maakte er, in samenwerking met August Henkels, een grote reeks prenten van. Het werd een enorme klus, waar hij vanaf april 1941 tot en met december 1943 intensief aan werkte: van de eerste schetsen, het maken van een volledig uitgewerkte proefdruk, het drukken van de prenten in een oplage, de productie van de twee bijbehorende tekstboekjes tot en met de mappen waarin het geheel werd opgeborgen. Hij streefde niet naar compleetheid: van de 21 legenden koos hij er veertien uit waar hij één of twee prenten bij maakte. Vooral de productie van de prenten in een oplage van telkens minimaal twintig exemplaren was een moeizaam proces. De grootste moeilijkheid was het gebruik van de sjabloontechniek, waarbij de te drukken figuren met een mesje uit een vel pakpapier werden gesneden. Dat vel werd vervolgens op het blad gelegd en met een inktrol werd de door het wegsnijden ontstane vorm op het papier gebracht. Omdat de randen van de sjablonen daarbij ook met inkt bestreken werden en op een volgend vel papier al gauw voor een smetrandje zorgden, moesten voor eenzelfde figuur telkens weer nieuwe sjablonen gesneden worden, die natuurlijk nooit helemaal gelijk aan elkaar waren. Ook traden er onvermijdelijk kleurverschillen op, zeker als er op de rol twee kleuren zaten die vloeiend in elkaar overliepen, de zogenaamde irisdruk. Hierdoor is eigenlijk elke prent een unicum. Naast die sjabloontechniek paste Werkman nog andere technieken toe, zoals het rechtstreeks met inktrollen over het papier gaan, het nat op nat aanbrengen van meerdere kleuren inkt over elkaar, het trekken van lijnen met de rand van een inktrol en het direct op papier stempelen met drukvormen.

Werkmans leven kwam slecht enkele dagen voor de bevrijding tot een abrupt einde: in maart 1945 werd hij door de Sicherheitsdienst gearresteerd en op 10 april gefusilleerd. De reden voor zijn arrestatie en executie is nooit duidelijk geworden, maar waarschijnlijk zorgde het naderen van de Canadese bevrijders in april 1945 voor paniek onder de SD’ers, die zich op het laatste moment van belastend(e) materiaal en personen wilden ontdoen. Stedelijk Museumdirecteur Willem Sandberg, met wie Werkman vlak voor de oorlog in contact was gekomen en die veel werk van hem verwierf en hem zijn eerste solotentoonstelling (1939) in Amsterdam bezorgde, organiseerde in november 1945 een herdenkingstentoonstelling. Sindsdien vindt Werkmans oeuvre in binnen- en buitenland veel waardering.


Literatuur: 

A. Venema, De Ploeg 1918-1930, Baarn, 1978, p. 273
A. Petersen, De Ploeg - Gegevens omtrent de Groningse Schilderkunst in de Jaren '20, Den Haag, 1982
C. Hofsteenge, De Ploeg 1918-1941 - De hoogtijdagen, Groningen, 1993, p. 145-154
A.Keller, K.Buschman, H.Rozema, cat.tent. De Ploeg verzameld in het Groninger Museum, Groningen (Groninger Museum) 1993/1994, p. 112-125 & p. 172-174
Anne Matena, 'Bewogen verleden, beelden van verstoord leven stilgezet', Zwolle 1995, p. 65-67
Tent. cat. Rebel, mijn hart. Kunstenaars 1940-1945, Amsterdam (Nieuwe Kerk) 1995, p. 184-185
Dekkers 2008
Blom 2008
www.werkmanarchief.nl


  • Naam: Hendrik Nicolaas Werkman
  • Geboren Leens, De Marne 1882
  • Overleden Bakkeveen, Opsterland 1945
  • .

Hendrik Nicolaas Werkman

Geboren: Leens, De Marne 1882.

Overleden: Bakkeveen, Opsterland 1945.

Werken van Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945)

Tekens aan de wand (2)
Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945)
Verkocht
Tekens aan de wand
Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945)
Verkocht
Druksels(2)
Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945)
Verkocht