Floris Jespers

(Antwerpen 1889-1965)

Floris Jespers komt uit een Antwerps kunstenaarsgezin. Zowel zijn vader Emile Jespers (1862-1918) als zijn broer Oscar Jespers (1887-1970) waren beeldhouwer. Geruime tijd werkzaam als cellist in theaterorkesten, ontmoette hij de avant-garde dichter Paul van Ostayen (1896-1928) die hem introduceerde in de wereld van de internationale moderne kunst. Als schilder debuteerde Jespers met post-impressionistisch werk. Dit werk was zeer gevarieerd door zijn vakmanschap in verschillende media. Landelijke thema’s wisselen zich af met circustaferelen. Met de komst van de ‘bange Jaren dertig’ gooit Jespers het roer om en gaat zich richten op traditie gebonden schilderkunst. Hij realiseerde series Vlaamse en Waalse landschappen op doek of op papier. Zware luchten, okerkleurig of met schaduwen, vermengt met het water in somber blauw en met de wolken, in grote, zware strepen getekend. Deze werken in dikke olie, met de grove borstel gestreken, zijn rijk aan kleureneffecten die hij op dezelfde wijze uitwerkte zoals Constant Permeke (1886-1952) dat deed. Al gauw deden kubistische elementen hun intrede. In de jaren vijftig ondernam hij drie reizen naar het voormalig Belgisch-Kongo, die het hoofdthema vormen van zijn werken.