Nolde, Emil

Nolde, Emil Emil Nolde

Veel beroemde schilders geven van kind af aan al blijk van hun groot talent. Dat geldt ook voor de Duitse expressionist Emil Nolde. Maar toch maakte deze schilder pas op latere leeftijd carrière en zelfs aan een professionele opleiding wilde hij aanvankelijk niet denken. Dat had alles te maken met het ouderlijk milieu van de jonge Emil. 

In dat Oost-Friese boerenmilieu, waar een streng orthodox-protestants geloof een drukkende rol speelde, was kunst niet aan de orde en het kunstenaarschap als nastrevenswaardig beroep al helemaal niet.

Nolde was afkomstig uit het dorp Nolde, in de buurt van Flensburg. Het bevindt zich nu aan de Deense kant van de grens, maar voor de Eerste Wereldoorlog maakte het deel uit van Duitsland. (Emil heette eigenlijk Hansen, zijn kunstenaarsnaam nam hij pas later aan.) Zijn talent bleek uit de neiging die hij had om van alles en nog wat op de boerderij van zijn ouders te willen voorzien van krijttekeningen: staldeuren, dakspanten, overal vond men de sporen van zijn creativiteit. Ook had hij er plezier in om op een primitieve wijze te aquarelleren. Waterverf was er niet, dus hij gebruikte restjes bietensap en alle andere kleurrijke vloeistoffen die hij te pakken kon krijgen. De grondslag van de briljant coloristische aquarellen uit de laatste jaren werd toen gelegd.

De artistieke inslag maakte de ouders duidelijk dat Emil voor het boerenvak niet in de wieg was gelegd. Hij werd in de leer gedaan bij een meubelmaker en zou het eerste deel van zijn werkzame leven ook daadwerkelijk in de meubelindustrie werkzaam zijn. In 1888, hij was toen 22 jaar, vond hij een baan in een meubelfabriek in München, en later in Karlsruhe. De baan liet hem voldoende ruimte om avondlessen te volgen in de toegepaste kunst. Toen hij een positie kon krijgen als meubelontwerper in Berlijn greep hij zijn kans. Hij kon de belangrijke kunstwerken die zich daar bevonden bestuderen. Later volgden reizen naar Italië waar hij zijn kunstkennis – van huis had hij niets op dit gebied meegekregen – verder kon uitbreiden. Nog steeds kwam het niet in hem op om kunstenaar te worden, dat leek hem buiten zijn bereik te liggen. 

Maar in 1893 gebeurde er iets merkwaardigs. Hij schilderde een aantal briefkaartontwerpen, waarin hij op humoristische wijze de belangrijkste Zwitserse bergtoppen afbeeldde als een soort halfmenselijke reuzen. Het tijdschrift Jugend zette er twee van op de omslag, en daardoor durfde Nolde te investeren in een gedrukte oplage van de kaarten. Binnen tien dagen werden er 100.000 verkocht. Zo kon Emil zijn baan opgeven. Vervolgens wilde hij bij de beroemdste Duitse schilder van die jaren in de leer: de symbolist Franz von Stuck. Maar die weigerde hem als leerling en daarop trok de jonge schilder naar Parijs om les te nemen aan de internationaal vermaarde academie Julian. 

Nolde werd zijn leven lang geplaagd door visioenen. Hij woonde later met zijn vrouw, die zowel lichamelijk als geestelijk zwak van gestel was en gedurende haar hele leven periodiek moest worden opgenomen in inrichtingen, in betrekkelijk isolement. Dat werd verbroken toen de schilders van Die Brücke hem in de gaten kregen en hem uitnodigden toe te treden. Hij accepteerde dat, maar was slechts kort lid, al bleef hij vriendschappelijke banden onderhouden met de progressieve schildercollega’s.

Zijn carrière vorderde nu gestaag. Hij begon in te zien dat vakmanschap ook in de weg kan zitten, en hij probeerde zijn visioenen (naar eigen zeggen hoorde hij kleuren in de geluiden ‘s nachts) te vertalen in beeld. Dat was voor die tijd revolutionair. Maar in wezen was hij dat zelf allerminst.

In 1910 schreef hij een vlammende brief aan de president van de Sezession, de joodse Max Liebermann. De brief stond stijf van de racistische en nationalistische opmerkingen. Hij werd prompt geschorst als lid. In 1913 werd de schilder – misschien wel wegens dit racisme – uitgenodigd door de overheid om in de Duitse koloniale gebieden de raskenmerken van de plaatselijke bevolking in kaart te gaan brengen. De opdracht voerde hem naar Zuidoost Azië, maar de oorlog gooide roet in het eten. 

Na de Eerste Wereldoorlog vervolgde hij zijn werk, en zijn bekendheid werd steeds groter. Toen de Nazi’s aan de macht kwamen was Nolde een nationale beroemdheid. In de musea bevonden zich meer dan duizend werken van zijn hand. Nolde hoopte dat hij binnen de nieuwe orde ongemoeid zou kunnen doorwerken. Hij vertrouwde er eigenlijk op. Zijn Nietzscheaanse ideeën sloten immers wel enigszins aan bij de nationaal socialisme. Maar helaas, of gelukkig: de Nazi’s beschouwden het werk van Nolde als ontaard, en hij kon niet langer exposeren. Al het werk werd van de museummuren afgehaald, en de officiële plechtigheden die in verband met zijn zeventigste verjaardag waren voorzien werden afgelast. In 1941 moest hij de bij overheid al zijn werk van de laatste twee jaren inleveren en hij kreeg een Berufsverbot. Hij nam zijn toevlucht tot de makkelijk te verbergen aquarellen. 

Na de oorlog werd hij gerehabiliteerd. Wie vervolgd was door de Nazi’s kon daar in de naoorlogse jaren van profiteren. Nolde kreeg grote overzichtstentoonstellingen en zijn werken keerden terug naar de belangrijke Duitse musea.

Emil Nolde werd uiteindelijk 88 jaar en bleef tot het eind doorwerken. Voornamelijk aan de fantastische aquarellen – nu niet meer met bietensap – waarvan er thans een in de collectie van Studio 2000 is. 

Dit artikel is verschenen in het Studio 2000 Magazine

  • Naam: Emil Nolde
  • Geboren Nolde (Sleeswijk-Holstein) 1867
  • Overleden Seebüll 1956
  • .

Emil Nolde

Geboren: Nolde (Sleeswijk-Holstein) 1867.

Overleden: Seebüll 1956.

Werken van Emil Nolde (1867-1956)

Zonnebloemen
Emil Nolde (1867-1956)
Verkocht