Boerderij bij Staphorst, ca. 1915,
JAN SLUIJTERS
‘s-Hertogenbosch 1881-1957 Amsterdam
.
STAPHORSTER BOERDERIJ, ca. 1915
.
Olieverf op doek
74 x 97 cm.
Gesigneerd: links onder ‘Jan Sluijters’.
Herkomst: Familie van de kunstenaar, Nederland.
Tentoongesteld: Salon Triennal de Belgique 1947: rétrospective Jan Sluyters, Robert Crommelynck (Luik, 1947); Musée des Beaux-Arts de Liège , Luik, 1947-04-12 - 1947-05-11, nr. 7, met titel: Ferme à Staphorst; Tentoonstelling Jan Sluijters Kunstcentrum Prinsenhof, Groningen, 1947-11-02 - 1947-11-24, nr. 23; Facetten van hedendaagse schilderkunst: België, Luxemburg, Nederland Gemeentemuseum Den Haag, Den Haag, 1949-06-25 - 1949-08-08, nr. 261, afwijkende maten: 71 x 92 cm; Jan Sluijters Gebouw Kunstoefening, Arnhem , 1950-07-29 - 1950-09-01, nr. 41, etiket in verso; afmetingen in catalogus: 78 x 96 cm; Jan Sluijters (Leiden 1951) Stedelijk Museum de Lakenhal, Leiden, 1951-06-01 - 1951-07-15, nr. 11, met afmetingen: 72,5 x 95 cm; Jan Sluijters. La Joie de Peindre Stedelijk Museum Amsterdam, Amsterdam, 1951-12-17 - 1952-01-28, nr. 38; Jan Sluijters (Eindhoven 1952) Van Abbemuseum, Eindhoven, 1952-02 - 1952-03-16, etiket in verso; Jan Sluijters (Haarlem 1958) J.R. Bier, Haarlem , 1958-07-05 - 1958-09-07, nr. 14; Exposition Jan Sluijters (1881-1957) Institut Néerlandais, Parijs, 1960-04-28 - 1960-05-29, nr. 14.
Literatuur: Mr. J. Slagter, Elseviers Geïllustreerd Maandschrift, Jaargang 27, deel 53, januari-juni 1917, Jan Sluijters, pp. 168-179, ill. p. 169 (foto met Jan Sluijters) en p. 177.
In 1915 verbleef Jan Sluijters een maand in Staphorst, en de werken die hij naar aanleiding van dit verblijf maakte, vormen een afgesloten geheel binnen zijn oeuvre. Hij registreerde afstandelijk, net als bij de vroege portretten. Opvallend in deze serie is het donkere kleurgebruik. Nadat hij de voorgaande jaren hevig geëxperimenteerd had met verschillende moderne stijlen, koos hij rond 1914 voor een nieuwe benadering. Hij kwam geleidelijk tot een kunst, uitgevoerd in donkere kleuren, waarin het ging om het uitdrukken van innerlijke gevoelens en die expressionistisch genoemd kan worden.
Mr. J. Slagter, Elseviers Geïllustreerd
Maandschrift, Jaargang 27, deel 53, januari-juni 1917, Jan Sluijters, p. 168-179, ill. p. 169 (foto
met Jan Sluijters) en p. 177.
''Zeer belangwekkend is het Staphorster werk, dat van de laatste jaren dateert. In den zomer van 1915 ging hij naar Staphorst, het lange, rechte derp tusschen de wijde velden van Noordwest Overijsel. Alles is daar wijd en open en zonder boomen, behalve dan aan den dorpsweg. Schijnt de zon, dan heeft de streek niet veel schilderachtig-eigens; zonder zon is het er zeer
karakteristiek somber. Eeuwen van eenzame afzondering hebben de menschen daar gemaakt: stompzinnig en onverdraagzaam stijf in de leer en
soms misdadig. Al scheen de zon of niet, Sluijters zag Staphorst altijd in zware donkere kleuren en daardoor gaf hij in dit werk zoo sterk de ziel van dit land, de geest van deze menschen, dat ieder die de streek kent en er de schoonheid van heeft gezocht, deze nog steeds in aantal en expressief vermogen groeiende visies ten zeerste moet bewonderen. Tusschen het
ruwe, ruige Staphorster volk zag hij de jonge vrouwen van haast ziekelijke fijnheid, met teeder-blanke gelaatskleuren en smalle, als gestyleerde lijven,
eng gesloten in nauwspannende kleeren, waarvan alleen de rokken wijd plooien. En nu zie men eens, hoe fijn Sluijters met zijn doffe roode, blauwe, groene, grijze en bruine kleuren is doorgedrongen tot de psyche van deze streek en van deze menschen, hoe zijn lijnen overal de expressie geven van wanhopige somberheid en bekrompenheid des geestes. En zie de vrouwenfiguren met hun verrukkelijk-teere gebogen lijnen van schouder, hals en hoofd, hun smalle hoofden, waarin men toch een verstompt verstand
vermoedt. En al dit Staphorster werk draagt den geest in zich van ‘het land’; het is uiterlijk én innerlijk ‘buiten’.
Vragen over dit kunstwerk?
